Inpandig opslaan van 10000 kg gevaarlijke stoffen conform de PGS 15

Ede, 23 november 2017

Met de wijziging van de PGS:2011 naar PGS15:2016 worden minder voorbeelden genoemd voor het aantonen van gelijkwaardigheid. Zo is bijvoorbeeld voorschrift 3.2.9 aangepast.

Dit is voor Anlag International B.V., een producent van (o.a.) PGS 15 opslagvoorzieningen, relevant. De bewijslast dat het verhogen van de inpandige opslag van 2,5 ton naar 10 ton een gelijkwaardig beschermingsniveau biedt, ligt nu bij Anlag (of de eindgebruiker).

Voorschrift 3.2.9

Voorschrift 3.2.9

In 2011 werd er nog aangegeven aan welke oplossingen gedacht konden worden als je meer dan 2.500 kg inpandig wilde opslaan.

Voorschrift 3.2.4

Voorschrift 3.2.9

In 2016 worden deze voorbeelden niet meer genoemd.

Casus

In dit artikel wordt een fictief bedrijf bekeken. Dit bedrijf wil 10.000 kg verpakte, gevaarlijke stoffen opslaan. Er zullen twee, door de PGS 15:2016 aangedragen, oplossingen bekeken worden, en één gelijkwaardige oplossing.

Analyse

Voor het opslaan van 10 ton verpakte, gevaarlijke stoffen, heeft het fictieve bedrijf twee mogelijkheden die beschreven zijn in de PGS 15:2016.

Opslagmethode 1: Uitpandig, volgens PGS 15:2016

Aan deze uitpandige opslag worden (o.a.) de volgende eisen gesteld die belangrijk zijn voor de analyse:

  • Maximaal 1.000 m2 (v.s. 3.2.1);
  • Brandwerendheid van 60 minuten (v.s. 3.2.2 en v.s. 3.2.3).

 

Opslagmethode 2: Inpandig, volgens PGS 15:2016

Aan deze inpandige opslag worden (o.a.) de volgende eisen gesteld die belangrijk zijn voor de analyse:

  • Maximaal 2.500 kg per opslagvoorziening (v.s. 3.2.4);
  • Brandwerendheid van 60 minuten (v.s. 3.2.2 en v.s. 3.2.3).

 

Opslagmethode 3: Gelijkwaardig (inpandig), zoals voorheen beschreven in PGS 15:2011

Aan deze inpandige opslag worden (o.a.) de volgende eisen gesteld die belangrijk zijn voor de analyse:

  • Brandwerendheid van 60 minuten;
  • In de opslagvoorziening een gecertificeerde brandmeldinstallatie overeenkomstig NEN 2535 plaatsen, met doormelding naar een 24-uurs bezette post.

 

Risico’s bij een brand BUITEN de opslagvoorziening

Bij de uitpandige opslag bedraagt de vuurlast 10 ton, die 60 minuten brandwerend gescheiden is van de externe brand. Deze opslag is relatief eenvoudig te beschermen met waterscherm door inzet van de brandweer.

Bij de inpandige opslag, bedraagt de vuurlast 10 ton. Deze is verdeeld over vier opslagvoorzieningen, die elk 60 minuten brandwerend gescheiden is van de externe brand. Vanwege de inpandige ligging en de verdeling/verspreiding, is deze moeilijker te beschermen door brandweerinzet dan de uitpandige opslag.

Bij de gelijkwaardige oplossing die 60 minuten brandwerend gescheiden is van de externe brand. De opslag is moeilijker te beschermen door brandweerinzet dan de uitpandige opslag vanwege de inpandige ligging, maar eenvoudiger dan de verdeelde inpandige opslag.

Risico’s bij een brand BINNEN de opslagvoorziening

Bij de uitpandige opslag bedraagt de vuurlast 10 ton, na 60 minuten faalt de opslagvoorziening. Omliggende objecten zijn dan te beschermen met waterscherm door inzet van de brandweer. Er wordt verwacht dat 60 minuten voldoende tijd is om brandweerinzet te bewerkstelligen.

Bij de inpandige opslag, bedraagt de vuurlast 2,5 ton. Vanwege de inpandige ligging, wordt aangenomen dat de brand moeilijker te bestrijden is dan een buitenbrand. Als mitigerende maatregel is de vuurlast gereduceerd.

Bij de gelijkwaardige oplossing wordt een brand automatisch gedoofd door verstikking. De opslagvoorzieningen van Anlag hebben een aantal (mogelijke) openingen. De ventilatie-opening heeft een vlinderklep die zichzelf sluit bij een temperatuur van ca. 58 °C. Mocht de deur openstaan, dan zal deze bij een temperatuur van ca. 100 °C sluiten. Vanaf diezelfde temperatuur, zal ook het opschuimen van de Promaseal band beginnen. Hiermee worden mogelijke kieren zo goed als luchtdicht afgesloten. Nog voordat een brand binnen de opslagvoorziening zich volledig kan ontwikkelen, wordt de opslagvoorziening praktisch luchtdicht afgesloten, met een verstikking van de brand tot gevolg. Brandweer inzet is dan vereist om eventuele ontbranding van de warme, brandbare dampen en gassen in de opslag bij het openen van de opslagvoorziening (backdraft) te voorkomen. Dit wordt gerealiseerd door middel van de interne brandmelder met doormelding.

Conclusie

Bij het vergelijken van de twee inpandige opslagmethoden in de fictieve casus, wordt geconcludeerd dat er bij een brand buiten de inpandige opslagvoorziening een vergelijkbaar veiligheidsniveau bereikt wordt. Bij een brand binnen in een inpandige Anlag opslagvoorziening, zal een hoger veiligheidsniveau bereikt worden dan bedoeld in de PGS 15. Er zal slechts een beperkte hoeveelheid brandstof kunnen verbranden, omdat de opslag bij brand zo goed als gasdicht wordt. Tevens is de opslagvoorziening temperatuurgeïsoleerd is, waardoor verdere bescherming van omliggende objecten niet nodig is. Brandweer inzet is nog noodzakelijk, om eventuele ontbranding van de warme, brandbare dampen en gassen in de opslag bij het openen van de deur te voorkomen. Om de brandweerinzet tijdig mogelijk te maken, dient een brandmelder met doormelding (zoals bedoeld in NEN 2535) gebruikt te worden.